De verhalenschrijver

De verhalenschrijver Ieder mens heeft een verhaal. De verhalenschrijver schrijft deze verhalen op. Ben jij of ken jij iemand wiens verhaal een boek verdient!? Neem contact op!

"Ik ben zo moe", zeg zij tegen hem.Hij draait zijn koppie wat naar achteren en zegt: "Het is nog maar een klein stukje l...
18/07/2018

"Ik ben zo moe", zeg zij tegen hem.
Hij draait zijn koppie wat naar achteren en zegt: "Het is nog maar een klein stukje lieverd. Zie je daar die brede zwarte strook? Met aan weerszijden een groene? En daarna dat blauw? Daar vliegen we heen lief, naar dat blauw. Daar kunnen we rusten. Nog maar een klein stukje lief!"
En samen vliegen ze verder.
Het is stil. Het is immers zondagochtend. En in die stilte vliegen ze samen, als altijd, verder.
En dan: Bam!
Met een klap belandt hij op het warme asfalt.
Er vliegen wat veren en wat dons door de lucht.
Ze landt verbouwereerd, naast hem op het asfalt.
"Lieverd", zei ze, "wat doe je nu? We zouden toch samen naar het blauw vliegen?! Lieverd...".
De duwt met haar snavel tegen zijn linker vleugel.
De rechter ligt uitgestrekt op het asfalt. Zijn poten om hoog, zijn kop in een rare bocht van haar afgedraaid.
"lieffie......".

Afsluitdijk, zondagochtend 8 juli, 7 uur.

De verhalenschrijver in de nieuwsbrief van Yvonne Arnst van deze maand.
05/03/2018

De verhalenschrijver in de nieuwsbrief van Yvonne Arnst van deze maand.

Opa, jouw opaWat herinner jij je van jouw opa?Zijn lach, zijn geur of hoe hij voor jou altijd dat ene lekkere snoepje kl...
05/03/2018

Opa, jouw opa
Wat herinner jij je van jouw opa?
Zijn lach, zijn geur of hoe hij voor jou altijd dat ene lekkere snoepje klaar had liggen wanneer jullie naar huis gingen?
Of....wat anders?
Herinneringen aan opa, voor iedereen zijn ze anders.
Aan mijn opa van mij moeders kant heb ik hele mooie herinneringen en ook minder leuke.
Aan de opa van mijn vaders kant geen, want die heb ik immers niet gekend.
Hij overleed voor mijn geboorte, voor het huwelijk van mijn ouders.
Reden waarom ik ongeveer een jaar geleden begon aan een verhaal, een boek, over zijn leven.
Hoe doe je dat als iemand er niet meer is?
Dat doe je door te praten met de mensen die hem wel hebben gekend.
Mijn vader had 5 zussen, slechts twee daarvan zijn nog in leven.
Dus ik sprak met mijn vader en met zijn oudste zus over hun vader.
En ik ging op pad met mijn vader om de huizen te fotograferen waar zij hebben gewoond.
Dan kwamen er weer meer verhalen.
En zo, gecombineerd met heel veel onderzoek op internet, ontstaat er dan een verhaal.
Zo leerde ik een beetje mijn opa kennen.
Dat verhaal is nu grotendeels klaar.
Er kan nog veel meer in, maar ik weet niet meer.
Er kan nog veel anders, maar ik weet niet anders.
Dus nu: loslaten, vormgeven en drukken.
Of toch nog op zoek naar meer.......

TranenZe lopen samen langs mijn statafel op de beurs en ik zie dat haar blik wordt getrokken door de houten bak met stee...
09/11/2017

Tranen
Ze lopen samen langs mijn statafel op de beurs en ik zie dat haar blik wordt getrokken door de houten bak met steentjes die op de tafel staat. Ze kijkt mij even aan en kijkt weer naar de bak en dus zeg is: “u mag er eentje uitzoeken als u wilt!”
“Oh echt!? Wat leuk. Graag!”, zegt ze en trekt de bak wat naar zich toe.
Hij kijkt wat op afstand toe, doet dan een stap dichterbij en ik zeg tegen hem dat hij er uiteraard ook eentje mag uitzoeken.
Wat verlegen lachend zegt hij: “nee hoor, dank u, dat hoeft niet”.
En hij steekt zijn handen diep in de zakken van zijn colbert en blijft kijken.
“Ja joh, doen nou”, zegt zij, maar hij schudt nee en lijkt zijn gerimpelde handen nog dieper in de zakken te stoppen.
Zij laat me de door haar uitgekozen steentje zien en ik zoek de bijpassende kaart met de beschrijving van de steen erbij en geef haar die.
Ze leest de tekst en kijkt mij verbaasd aan: “nou ja, die klopt wel heel erg goed! Pak jij er nou ook een Jaap!”, zegt ze.

Hij haalt zijn handen uit de zakken en ik zie dat hij voorzichtig door de bak met steentjes heen gaat met zijn hand met op de oude huid, dikke blauwe aderen en wat pigmentvlekken. Hij pakt er eentje uit.
Helaas kan ik de steen niet gelijk duiden. Ik pak mijn kaarten en ik geef hem de eerste die ik tegen kom, die lijkt op de steen die hij vasthoudt.
Ik geef de kaart aan hem en zeg erbij dat ik niet zeker weet of dit de juiste is, maar dat hij dat wel weet als hij de tekst leest. Hij bestudeert de kaart kort en zegt: “Nee hoor, daar klopt niets van!”. En hij lijkt wel wat opgelucht.

Ik blader verder door de stapel kaarten en kom dan de juiste tegen, geef hem die en hij leest ook deze kaart. Hij kijkt mij dan wat verbaasd en ongelovig aan en kijkt weer naar de kaart in zijn hand.
“Deze klopt! Helemaal! Ik ben met heel wat dingen bezig, dingen aan het opruimen, zaken op orde aan het brengen en ik moet heel wat lijntjes samen gaan laten komen! Dus ja, deze klopt!”.
En het lijkt alsof zijn oude ogen wat waterig worden.
Hij geeft mij de kaart terug en klemt het kleine steentje in zijn hand.

De vrouw kijkt mij aan en begint wat te vertellen over de kleinkinderen en laat een cadeautje zien dat ze voor een van hen bij zich heeft. Dan zegt ze tegen haar man: “Vind je ook niet dat deze mevrouw op Marianne lijkt?!”
Hij bekijkt mij nog eens goed en knikt bevestigend. Zij voegt er, naar mij aan toe: “Marianne is een hele goede vriendin van ons, die 10 jaar geleden is overleden. U lijkt in alles op haar. Uw uiterlijk, uw kleding, uw manier van doen. Misschien wilde ik daarom wel even met u praten!” En nu zie ik in haar ogen een traan opwellen.
“Nou, we moeten maar eens verder gaan”, zegt ze dan. Ze lacht weer naar me en we bedanken elkaar voor het fijne gesprek.
Hij geeft haar een arm en ze lopen verder.

Na twee of drie stappen laat hij haar los, draait zich om, loopt terug en komt heel dicht bij mij staan, haalt zijn hand weer uit zijn zak en steekt zijn gebalde vuist met het steentje er in op en zegt zachtjes in mijn oor: “Dank u wel voor de steen. Ik voel me er nu al sterker door!”.

Toen had ik tranen in mijn ogen.
Hoe mooi is dat!

De verhalenschrijver schrijft ook "helende verhalen".Een van die helende verhalen lees je hieronder en is getiteld "Vrou...
03/11/2017

De verhalenschrijver schrijft ook "helende verhalen".
Een van die helende verhalen lees je hieronder en is getiteld "Vrouwenliefde; de liefde van twee vrouwen".

Vanaf de rand van het bos keek ze naar het kleine huisje. De oudste zoon, Haderik, scharrelde rond het huis en verzamelde afgewaaide takken voor het haardvuur. Zijn jongere zusje hielp hem zo goed als ze kon. Binnen hoorde ze de een na jongste kwebbelen tegen haar moeder. De jongste hing op zijn moeders rug in een draagdoek.
Teta was bezig met het brood voor die dag. Ze hadden niet veel maar ook vandaag was er weer net genoeg om een brood te maken voor bij de soep die dag het gezin zou voeden. Haar man, Bouter, was naar de markt om daar zijn waar aan de man te brengen. Dat was een halve dag lopen heen en terug, dus hij zou niet voor donker thuis zijn,

Ermengard leunde tegen een boom. God wat hield ze veel van deze vrouw en haar kinderen. Ze waren al een levenlang samen. Al sinds hun ouders de huisjes naast elkaar aan de rand van het dorp bewoonden. Teta was toen 3 jaar oud. Ermengard.
Ze wist niet meer precies wanneer hun vriendschap was veranderd. Ze vermoedde al lang voordat zij 11 en 12 waren en Teta’s ouders met de smid en zijn vrouw spraken over het huwelijk van Teta en hun zoon Bouter.
Ze kon zich het moment heel helder voor de geest halen. Ze hadden samen gehuppeld, waarschijnlijk op weg naar de markt om hun vers geplukte appels te verkopen. Als altijd liepen ze hand in hand. Teta struikelde en viel en Ermengard werd mee getrokken in haar val en viel over Teta heen. Ze keken elkaar diep in de ogen, zoals ze wel vaker deden. Maar nu was het anders. Nu voelde Ermengard kriebels in haar onderbuik. En die waren niet van een opkomende giechelbui. Ze zag ook Teta’s blik veranderen. En voordat ze het wisten, hadden ze elkaar gekust. Toen hun lippen zich weer van elkaar los maakten keken ze elkaar weer aan. Vanaf dat moment hadden ze nooit meer anders naar elkaar gekeken dan op dat moment. Tot vorige week….

Ermengard wist dat er iets heel ingrijpend was veranderd, toen ze het kleine erf op liep van het huis dat Bouter en Teta bewoonden met hun, inmiddels vier, kinderen. En haar adem stokte in haar keel.
Ze durfde bijna niet naar binnen te gaan, omdat ze bang was voor de eerste woorden die Teta tegen haar zou gaan uitspreken.
Precies die dag, een week geleden… Ze hadden het heel fijn gehad samen. Zoals altijd. Een klein uurtje nadat Bouter naar de markt vertrok, waren ze weer samen in het kleine knusse huis. Teta had verse kamillethee voor hen beiden gemaakt en warme melk voor de kinderen. Haderik was met Bouter mee naar de markt. Dus ze waren alleen met de kleintjes.
Toen de thee op was, legden de beide vrouwen, de jongste kinderen in één van de bedden en wachtten samen tot de kinderen sliepen. Hand in hand, elkaar liefdevol aankijkend. Ze keken beiden uit naar deze dag. Marktdag. De dag dat ze ongestoord samen konden zijn.

Toen de kleintjes sliepen, liepen ze samen langzaam naar het andere grote bed en gingen zitten. Ermengard veegde een blonde krul uit het volle, ronde gezicht van Teta en langzaam kleedden ze elkaar uit. Ze kropen samen onder de nog warme dekens en keken elkaar aan. Het kijken ging langzaam over in liefdevol kussen en ze bedreven samen stil, langzaam en intens de liefde.
Het bed was heerlijk warm op die kille, herfstige dag. Dat maakte het makkelijk om even weg te dutten en dat gebeurde ook. Tot Teta wakker schrok. De jongste lag wat te kirren in het andere bed. Hij maakte aanstalten om te gaan huilen voor zijn volgende voeding.

Teta sprong uit bed en Ermengard was inmiddels ook wakker geschrokken. Ze kleedden zich snel aan en liepen samen naar de deur van het kleine huisje. In de deuropening keken ze elkaar aan. En weer verdwenen ze, als altijd, in elkaars ogen. “Je moet nu snel gaan!” zei Teta. “Ja, ik weet het”, zei Ermengard. “Konden we maar vaker en langer samen zijn en ook af en toe samen in slaap vallen”, zucht Ermengard en drukte nog een laatste, liefdevolle kus op Teta´s warme, volle lippen. Toen draaide ze zich om en keek recht in de ogen van de smidsknecht, die juist het pad op was gelopen. Hij had een groot wagenwiel bij zich, van Bouters wagen. Ermengard zag in de ogen van de knecht dat hij had gezien wat er tussen Teta en haar was. Ze had iets van een groet naar hem gemompeld en was langs hem het bos in gelopen. Snel naar haar eigen kleine huisje daar op de open plek midden in het bos.

De smidsknecht kwam het gerepareerde wagenwiel brengen voor Bouter. Hij was in het dorp gebleven, terwijl de smid mee was naar de markt. Bouter kon niet veel langer meer zonder het wiel en had de smid wat onder druk gezet. Teta wist daar niet van.

Dat was vorige week. Ermengard liep ook vandaag weer naar het huisje van Bouter en Teta. Haar benen waren zwaar. Haar gemoed nog zwaarder. Ze wist dat ook nu iedereen weer weg was naar de markt. Maar ze vroeg zich af of ze nog wel welkom was in het huisje. Bij de voordeur aangekomen zuchtte ze diep en opende de deur.
Teta stond achter de tafel het brooddeeg voor die dag te kneden. Haar ogen waren rood en gezwollen en op de linkerkant van haar gezicht was nog vaag de afdruk te zien van een blauwe plek. Ermengard kon wel raden wat er was gebeurt.
“Je moet gaan Ermengard!” zei Teta nog voordat Ermengard een stap naar binnen had kunnen zetten: “en je mag hier nooit meer komen!”
“Maar ik wil je niet kwijt. Ik kan niet zonder je Teta!” zei Ermengard. “We kunnen samen met de kinderen in mijn huisje in het bos gaan wonen. Het is niet groot, maar groot genoeg voor ons. We redden het wel samen. Jij en ik. Met de kinderen. Het land, de kippen en de geit en het geld dat mijn vader mij heeft nagelaten is meer dan genoeg voor ons samen en voor jouw kinderen!”.
Maar Teta keek haar niet eens aan. “Je moet gaan”, zei ze nog een keer. En Ermengard ging.

Teta kon het niet. Ze hield van niemand meer dan van Ermengard. Al haar hele leven lang. Maar ze kon het niet. Twee vrouwen samen. Het kon niet. Het mag niet. Het is niet goed. Ze zouden samen op de brandstapel belanden. Of aan een van de galgen net buiten het dorp. Bouter zou haar kinderen weg halen. Hij zou haar en Ermengard misschien wel doden. Ze kon het niet. Ze durfde het niet. Haar hart was gebroken. Toen ze opkeek van haar deeg zag ze nog net de gebogen schouders van Ermengard, die snikkend het tuinpaadje afliep.

Jaren later, de kinderen waren inmiddels bijna allemaal al het huis uit en hadden hun eigen gezinnetje, had Teta moed verzameld. Ze had Ermengard nooit meer gezien. Maar ze was haar nooit vergeten en huilde nog bijna elke avond zoute tranen om hun gemis. Ze wist, van de mensen in het dorp, dat ze nog altijd in het huisje op de open plek in het bos woonde. Ze dacht dat ze nu wel weer een keer bij haar durfde te gaan kijken. Ze hield nog steeds zielsveel van haar. Ze wikkelde een waterfles en een stuk koek in een doek en bond die om haar brede heupen en begon de wandeling naar het midden van het bos. Daar aangekomen zag ze het kleine huisje van Ermengard.
Er kwam rook uit de schoorsteen en het rook er naar gedroogde ham en vers gebakken brood.
De kippen renden protesterend voor haar voeten weg. De geit stond aan een stok in de tuin en keer naar haar, terwijl deze een stuk groen weg stond te kauwen. Ze liep naar het beestje toe en kroelde door het plukje haar bovenop de witte kop. Toen voelde ze, dat Ermengard achter haar stond en ze draaide zich om.
Ze keken elkaar in de ogen en…………

Wat denk jij? Hoe zou dit verhaal aflopen?
Het verhaal van de liefde tussen twee vrouwen.
In een tijd dat echt nog niet kon.
Vielen ze elkaar snikkend in de armen?
Of vroeg Ermengard aan Teta om van haar erf af te gaan en haar met rust te laten?
Ik laat het aan jouw fantasie om het verhaal af te maken.

Volgende week sta ik dinsdag en woensdag op het Oldambt-plein tijdens de Promotiedagen Noord Nederland.Wil je eens kenni...
01/11/2017

Volgende week sta ik dinsdag en woensdag op het Oldambt-plein tijdens de Promotiedagen Noord Nederland.
Wil je eens kennis maken?
Je bent welkom op het Oldambt-plein.

Vandaag weer flinke stappen gezet met één van de boeken waar ik op dit moment aan werk. De vorm, de opzet en de uitvoeri...
23/10/2017

Vandaag weer flinke stappen gezet met één van de boeken waar ik op dit moment aan werk.
De vorm, de opzet en de uitvoering worden steeds duidelijker.
Klaar voor de volgende stap......

"Ze kijkt me aan en ik zie in haar ogen de hoop dat ik haar begrijp. En dat doe ik. Ik weet wat ze wil zeggen. En dat ze...
21/09/2017

"Ze kijkt me aan en ik zie in haar ogen de hoop dat ik haar begrijp. En dat doe ik. Ik weet wat ze wil zeggen. En dat ze dat nu even niet kan.
En hij, hij wil zo graag vertellen wat zijn vader voor hem is geweest. En voor zijn broers en zussen. En hij kan het niet. Niet in deze moeilijke tijd van afscheid. En niet voor zo veel mensen."

Ook daarom komen mensen bij mij.
Ik luister naar jouw verhaal. In de veilige, vertrouwde thuisomgeving.
Ik schrijf in jouw woorden op wat nog moet worden gezegd.
En, als jij dat wilt, draag ik het voor tijdens het afscheid.
Alleen of samen.

Meer weten?
Bel of mail me gerust.

Al een poosje was je niet meer wie je was. Wel van binnen, maar niet van buiten. Het zat er zeker nog in, maar het kwam ...
10/08/2017

Al een poosje was je niet meer wie je was.
Wel van binnen, maar niet van buiten.
Het zat er zeker nog in, maar het kwam er niet meer uit.
Als je diep in je ogen keek dan zag je dat je daar nog was,
Zij zag dat. Altijd. Elke dag.
Ik af en toe. Als ik er de tijd voor nam.
Zoals een paar weken geleden, toen we samen aten.
Ik vond het niet lekker. Jij vond het te veel.
De keuken deed te grote porties aardappelpuree op de borden.
Ik gaf je gelijk. En je moest even lachen.
Nog een kus op de wang ter afscheid.
Jullie samen naar boven.
Ik wachtte tot zij terug kwam en wij samen naar huis konden lopen.
Wat was het zwaar.
Voor haar. Voor jou.
Gelukkig is dat nu over.
Je wordt zeker gemist.
Door haar, door de (klein)kinderen.
En ik, ik kijk terug op hoe je was.
Ik ben vooral blij dat het lijden achter de rug is.
Maandag is het afscheid.
Rust zacht

Al schrijvend aan een aantal verhalen en boeken, waarvan één over mijn opa, kom je van alles tegen.Zo kreeg ik van mijn ...
08/08/2017

Al schrijvend aan een aantal verhalen en boeken, waarvan één over mijn opa, kom je van alles tegen.
Zo kreeg ik van mijn tante haar foto album te leen en stuurde zij mij wat gedichten, geschreven door haar moeder, mijn oma Riek Arnst-Vink.
Een daarvan publiceerde ik gisteren al hier.
Vandaag toch nog maar eentje,
Met een aantal foto's van haar met (haar) honden.

Hondentrouw
Hé mijnheer, wat doe je daar
Is je beest weer de sigaar?
Wil je zelf weer gaan genieten
Ergens in de Dolomieten
En dat trouwe, lieve dier
Bind je aan dat boompje hier
Zijn lieve ogen kijken je vragend aan
Moet ik hier nu blijven staan?
Zonder drinken, zonder eten
Wat haal je op je geweten
Ach baas, kijk mij toch eens aan
Laat me hier toch niet zo staan
'k Ben toch altijd lief geweest
Al ben ik dan maar een beest
Kom snijdt nu maar door dat touw
Dan blijf ik je eeuwig trouw!

Riek Arnst-Vink, jaartal onbekend

Terwijl de boeren en loonwerkers hard aan het werk zijn, zwemmen de jonge watervogels alle kanten op om te ontsnappen aa...
08/08/2017

Terwijl de boeren en loonwerkers hard aan het werk zijn, zwemmen de jonge watervogels alle kanten op om te ontsnappen aan het geraas van de motoren.
En dan loop ik er ook nog een keer met Lara.
Ze hebben het zwaar gehad, maar vandaag is alles weer rustig.
Fijne dinsdag!

Adres

Hoofdstraat, 97
Beerta
9686VG

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De verhalenschrijver nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen