22/09/2026
Voordat er ook maar iets gezaagd wordt, is de kwaliteit van een kozijn al bepaald.
Het begint bij de balk hout die de werkplaats binnenkomt, en bij iemand die precies weet waar hij op moet letten. Bij ons is dat Jeroen Hoes, werkplaatschef en intern kwaliteitsbewaker. Voordat er iets van gemaakt wordt, keurt hij het hout.
Elke levering wordt eerst gemeten. Met een houtvochtmeter met twee naalden, tot halverwege de balk, doet Jeroen vijf metingen per bundel. Het vocht moet tussen de twaalf en zestien procent liggen, met binnen één partij niet meer dan vier procent verschil. Valt een meting daarbuiten, dan meet hij extra en registreert hij dat. Blijft het hout te nat, dan wordt het niet goedgekeurd.
Daarna kijkt hij naar de nerf. Rechtdraadig hout geeft rechte balken en is makkelijk te bewerken. Warrig of scheluw (gedraaid) hout is lastiger, en neemt na bewerking vaak weer de vorm aan die in de groei van de boom zit.
Bij het drogen drogen de kopse kanten het snelst, omdat ze open liggen. Gaat dat te snel, dan ontstaan scheuren. Daarom worden de koppen ingesmeerd met vet of krijt. Zit er toch nog een scheurtje achter, dan wordt er bij het afkorten net zo lang een plakje vanaf gezaagd tot de scheur weg is.
Alles wat Jeroen keurt, registreert hij: vochtmetingen, leverbonnen, elke afkeuring. Dat heet interne kwaliteitsbewaking, en hangt samen met onze KOMO-certificering. Een controleur komt meerdere keren per jaar onaangekondigd langs. Is de registratie niet op orde, dan volgt een aanmerking, en bij herhaling kun je je certificaat kwijtraken.
Waar KOMO over ons eigen proces gaat, gaat FSC over de herkomst van het hout: verantwoord bosbeheer, niet meer kappen dan er bijgroeit. In een FSC-project mag alleen met FSC-hout gewerkt worden, dus bewaart Jeroen dat strikt gescheiden.
Onzichtbaar werk, maar precies de reden dat een kozijn van ons over dertig jaar nog goed sluit.